Zo doen stippelmotten het

stippelmotten-wild-verliefd

Dit stippelmotkunstje kan uuuuuuren duren (foto Prof. Aap)

Parende stippelmotten laten zich niet storen. Zelfs niet als ik ze voor de foto op hun rug leg.

Advertenties

Turboluizen

bladluizen blog

Bladluizen: snelle meiden (foto Prof. Aap; duim en wijsvinger Ditte Merle)

Ze klimmen en klauteren, trekken en duwen. Honderden bladluizen op één stengel. Ze dringen naar het mooiste plekje aan de sapjesbar. Dorst hebben ze! Ze zuigen mijn tuinplanten soms finaal leeg. In de lente en zomer zitten er alleen vrouwtjesluizen aan de bar. Ze vermenigvuldigen zich razendsnel… zonder mannetjes. Ja, dat scheelt gedoe en dus tijd. Hun jonkies zijn altijd meisjes. Die krijgen binnen een dag of tien ook jonkies, en dat zijn ook weer meisjes. Die pasgeboren meisjes hebben al jonge bladluisjes in hun buik. Ze worden zwanger geboren. Ook dat scheelt tijd. Turbo voortplanting! Pas in de herfst verschijnen er voor het eerst mannetjes op het toneel. Zij doen hop hop hun kunstje en dan zit hun werk er op. De vrouwtjes leggen na afloop bevruchte eitjes. Bladluizen zelf overleven de winterkou niet, maar hun eitjes wel. Na de winter komen de eitjes uit. In de lente en zomer alleen weer meisjes… drinkend en proostend en barend aan de sapjesbar. In de herfst schuiven de jongens weer aan.

Merkwaardig krulhaartje

Vliegend hert met van achter een krulhaartje (foto F.J.W. Essers)

Het grootste insect van Nederland is het vliegend hert. Je schrikt je rot als die reus voorbij snort. Het mannetje is spectaculair. Er staat een hertengewei op zijn kop, vandaar zijn naam. Dat stoere gewei is zijn bovenkaak. Hij vecht ermee met andere mannetjes en maakt met die kaak indruk op de vrouwtjes. Maar hij kan er niet mee bijten. Hij doet je niks, behalve je aan het schrikken maken. Dierenarts Frans Essers uit Landgraaf liet mij een onthullende foto zien. Een vliegend hert was platgereden. Juist daardoor zag Frans Essers iets wat hij nooit eerder had gezien. Hij mailde dat het hele ‘geslachtsorgaan’ naar buiten was geperst. Maar hij zag nog iets: een dunne haar! Frans Essers dacht eerst dat het een los haartje was dat aan de kont van het vliegend hert plakte. Hij trok aan de haar, maar die zat muurvast! Googlend op internet kwam hij erachter dat dat ‘haartje’ het piemeltje van het vliegend hert is. Bijna had hij het dooie beestje dus nog ontmand ook. Frans Essers: ‘Dat haartje lijkt mij iets om eens ruchtbaarheid aan te geven, Ditte!’ Nou, dus nu zien jullie allemaal het haartje dat geen haartje is. Het is maar liefst 20 mm lang. In rust zit het netjes opgerold in zijn buik. Dat die logge reus zo’n sierlijk uitrolpiemeltje heeft, had ik niet gedacht.

Olympische fruitvliegjes

Het record van het fruitvliegje: 900 eitjes (foto André Karwath)

Fruitvliegjes zijn olympisch kampioen ‘eitjes leggen’. In hun korte leven van enkele weken leggen ze honderden eitjes. Ze krijgen van mij een gouden plak. In de keuken staat-ie klaar. Een bakje met wat rode wijn + een afgekloven nectarinepit. Als dat geen kampioensmaal is! Plasticfolie eroverheen en een paar gaatjes erin geprikt. Fruitvliegjes zijn net vliegende neusjes. Ze ruiken die gouden plak en kruipen via de gaatjes in het plastic naar binnen. De weg terug, vinden ze niet meer. Om in dat bakje hun larven en poppen te zien, moet je hun kampioensmaal niet verversen. De gevangen fruitvliegjes leggen dan vlak voor de finish een lading eitjes op de pit. Ik had hun witte larven en bruine poppen nooit eerder gezien. Binnen twee weken zijn het allemaal fruitvliegjes. Nieuwe kampioenen. Ja, dat hadden ze gedacht! Olympische prestaties zijn mooi, maar… niet in mijn keuken.

Gaatje open, gaatje dicht

Wilde bijen zijn niet zo wild als hun naam vermoedt. De vrouwtjes hebben een angel(tje) maar prikken bijna nooit. (foto Prof. Aap)

Wat zei Einstein? ‘Als de bij van de aardbodem verdwijnt, dan heeft de mens nog maar vier jaar te leven.’ Er vliegen steeds minder bijen, dus bijen (en ook wij) hebben hulp nodig. In onze achtertuin hangt een bijenhotel voor de wilde bijen. Een stuk boomstam waarin we gaatjes boorden. Binnen een week waren zeven hotelgaatjes dicht (zie foto), want die wilde bijen maken hun nest in gangetjes en spleetjes. Daarachter liggen 10-15 babykamers (las ik later, want van buitenaf zie je niks). Het vrouwtje legt achter in de gang haar eerste eitje + wat stuifmeel (= babyvoeding). Ze sluit de kamer af met een muurtje van aarde of fijngekauwde planten. Dan haalt ze weer wat stuifmeel en legt eitje nummer 2. Zo gaat ze door tot ze die 10-15 eitjes in 10-15 kamertjes heeft gelegd. Ik heb er allemaal niets van gemerkt. Toen ik ging kijken, waren de zeven gaatjes al dicht. Tot mijn verrassing stonden ze op een dag ook weer open. Ik dacht dat die eitjes pas volgend jaar lente zouden uitkomen. Maar blijkbaar zijn de jonge bijen nu al uitgevlogen. Ook dat heb ik gemist. Hoe dan ook, met een beetje geluk zijn er door ons hotel minimaal 70 bijen op de wereld gekomen.

Vermomd als vrouw

Verleidelijk bloemetje... voor een mannetjesvlieg (foto Hans Hillewaert CC-BY-SA-3.0)

Bloemetjes die op een vlieg lijken. Bloemetjes die naar een vrouwtjesvlieg ruiken. Hoe verzint een plant dat?! Die bloemen lokken mannetjesvliegen. Ze komen hoteldebotel aangevlogen. Joepie, een vrouwtje in de aanbieding! Door boven op die bloemen te duiken, komen de mannetjes onder het stuifmeel. Zo bestuiven ze deze plant. Het is de vliegenorchis, een wilde orchidee uit het Limburgse heuvelland. Wild trucje van deze slimme orchidee.

Een pasgeboren libel

 

Wat hangt er boven die pasgeboren libel? (foto Prof. Aap)

Kijk, hij is net uit zijn oude vel gekropen: de libel. Boven hem zie je nog zijn lege pantser hangen. Een libel woont vermomd als vraatzuchtige, gepanserde larf onder water. Minstens een of twee jaar. Wat aan waterbeestjes in zijn bek past, vreet hij op. Intussen kan hij meer dan tien keer vervellen. Bij zijn laatste vervelling is hij volgroeid. De libel zit dan ingeklemd en opgevouwen in zijn pantser. Klaar om geboren te worden. De larf klimt omhoog in een plant. Hij perst lichaamsvloeistof in zijn borst en zwelt op. Zie je die witte draden? Daar is het pantser gescheurd en heeft de libel zich eruit gewurmd. Hij blijft eerst een tijdje aan de stengel zitten. Is nog een beetje verkreukeld. Langzaam strekt hij zich uit en krijgt steeds meer vorm. Zijn vleugels glanzen in de zon. Een libel heeft vaak mooie discokleurtjes. Die krijgt hij zodra hij volwassen is en op zoek gaat naar een vrouwtje. Na de paring legt het vrouwtje eitjes waar die vraatzuchtige larven uitkomen. Tegen de tijd dat de larf uit het water klautert om als libel geboren te worden, zijn pa en ma libel allang naar de libellenhemel. Libellen leven onder water langer dan erboven. Maar boven water zijn ze het mooist.