Een zorgzame snotter

Op zijn buik zit een zuignap. Daarmee kan deze snotolf zich vastklemmen aan een basaltblok. Het kost 35 kilo trekkracht om hem los te krijgen. (foto Jón Már Halldórssoni)

De eerste snotolven zijn weer gesignaleerd. Elk jaar, vanaf december, arriveren ze in het ondiepe kustwater van Zeeland. Het lijkt of ze uit de prehistorie zijn ontsnapt of ergens uit een diepe tropische oceaan. Maar ze komen gewoon uit de koude Noordzee. Het mannetje trekt een oranjerood feestpak aan. Met zijn dikke zoenlippen halfopen, wacht hij op een vrouwtje. Klaar voor een snotterige date. Valt mevrouw voor zijn charmes, dan legt ze in zijn nest tienduizenden eitjes. Een maand of langer verzorgt meneer het nest. Hij houdt de boel schoon, hij zorgt voor zuurstof… Ondertussen trekt hij zijn kleurige pak weer uit en zijn dagelijkse (paarsbruine) kloffie aan. Zodra zijn kroost ter zee is, zwemt hij terug naar het diepe water. Schubben heeft hij niet. Op zijn leerachtige vel zit een dikke slijmlaag. Ook zijn maag zit soms vol slijm en glibber. Dit komt door de kwalletjes die hij eet. Vandaar misschien die snotnaam.

Advertenties