Wild op rood

Het omslag van Wild verliefd is rood. Bladzijdes in dit boek zijn rood. Mijn blog is rood. Waarom eigenlijk rood? Rood: de kleur van de liefde. Er is een onderzoek gedaan. Mannen vallen op vrouwen in het rood. Een rood t-shirt en ze worden wild. Zelfs als het t-shirt alleen een rood randje heeft, vinden ze zo’n vrouw superaantrekkelijk. Veel aantrekkelijker dan diezelfde vrouw met een ander randje. Als een vrouw tijdens een date iets roods draagt, trekt een man eerder zijn portemonnee om voor haar te betalen. Zit het in de genen om rood sexy te vinden? Overgeërfd van de apen? Een baviaanvrouwtje met een rooie kont is onweerstaanbaar. Rood betekent dat ze vruchtbaar is en misschien wat wil. Dus hup, de mannetjes erachteraan. Ook bij bavianen is rood de kleur van de liefde.

man-met-hartjes-als-ogen

Advertenties

Dik = sexy

Niemand heeft ooit bultruggen zien paren. Het liefdesleven van deze walvissen is een mysterie. Het valt niet mee ze te bekijken. Je moet onder water. In de zomer zwemmen bultruggen bij de Noord- en  Zuidpool. Ze eten hun buik vol met krill en visjes. In het najaar trekken ze richting evenaar. Een reis van duizenden kilometers. Daar paren ze en worden de jongen geboren. Amerikaanse onderzoekers zagen dat bultrugmannen vochten om vrouwtjes. Bepaalde vrouwtjes waren heel gewild. Waarom? Vijf jaar lang zijn bultrugvrouwen opgemeten: met sonar en onderwatervideo. Wat bleek? Bultrugmannen houden van groot en dik. Misschien zit het zo. Voortplantingstijd is vastentijd. Tijdens die lange reis en in het voortplantingsgebied eten bultruggen niet of nauwelijks. Ze teren op hun vet. Hoe groter en dikker een vrouwtje, hoe meer kans dat ze overleeft. Grote, dikke vrouwtjes krijgen grote, dikke kinderen. Ook die hebben meer overlevingskans. Groot betekent doorgaans dat het vrouwtje wat ouder is en dus ervaring heeft met kinderen grootbrengen. Daar gaat het die bultmannen om: zorgen dat je nageslacht sterk en gezond ter wereld komt en overleeft. Big and fat is beautiful!

Foto Matthew Hull

De bultrug: hoe dikker hoe beter (foto Matthew Hull)