
Wat is dit en wat is hier gebeurd? Volgende week meer hierover!

Kakel is een broedse kip. Zodra het lente is, ploft ze boven op de eieren en blijft wekenlang zitten. Ondertussen maakt ze vreemde geluidjes: ze knort en bromt en klokklokt. Ook de andere kippen leggen hun eieren in haar nest. Alsof ze denken: ga jij maar broeden, wij gaan liever aan de wandel. Dat er uit die eieren geen kuiken komt (er is geen haan) weten ze niet. En dat Kakel nergens op broedt (want die verse eitjes pik ik elke dag in) heeft ook geen kip in de gaten. Al die weken legt Kakel zélf geen eieren meer. ‘Duw haar met haar kont in een emmer koud water’, zei een kennis. ‘Dan verdwijnt die broedsheid en gaat ze weer leggen.’ Ja, kom zeg! Dit jaar gaf ik Kakel een bevrucht ei cadeau. Drie weken later piepte het kuikentje te voorschijn. Kakel knorde van tevredenheid. Dat ze niet de biologische moeder is en de vader niet kent, kan de pret niet drukken.
‘Ben jij nog steeds bezig met het klokkenspel van dieren? Hier een filmpje voor jou’, mailde een schoonbroer. Ja, voor Wild verliefd dook ik indertijd in de ballenbak. Mijn slager gaf me eens een paar ballen van een bok cadeau. Ik heb ze van alle kanten bekeken. Ze waren te groot om mee te knikkeren. Ze zijn in m’n koekenpan beland. Als je over ballen schrijft, moet je ook weten hoe ze smaken. Ik dacht dat ik wist waar de klepel hing. Maar toen ik dit filmpje zag, sloeg de twijfel toe.
Bloemetjes die op een vlieg lijken. Bloemetjes die naar een vrouwtjesvlieg ruiken. Hoe verzint een plant dat?! Die bloemen lokken mannetjesvliegen. Ze komen hoteldebotel aangevlogen. Joepie, een vrouwtje in de aanbieding! Door boven op die bloemen te duiken, komen de mannetjes onder het stuifmeel. Zo bestuiven ze deze plant. Het is de vliegenorchis, een wilde orchidee uit het Limburgse heuvelland. Wild trucje van deze slimme orchidee.

Op zijn buik zit een zuignap. Daarmee kan deze snotolf zich vastklemmen aan een basaltblok. Het kost 35 kilo trekkracht om hem los te krijgen. (foto Jón Már Halldórssoni)
De eerste snotolven zijn weer gesignaleerd. Elk jaar, vanaf december, arriveren ze in het ondiepe kustwater van Zeeland. Het lijkt of ze uit de prehistorie zijn ontsnapt of ergens uit een diepe tropische oceaan. Maar ze komen gewoon uit de koude Noordzee. Het mannetje trekt een oranjerood feestpak aan. Met zijn dikke zoenlippen halfopen, wacht hij op een vrouwtje. Klaar voor een snotterige date. Valt mevrouw voor zijn charmes, dan legt ze in zijn nest tienduizenden eitjes. Een maand of langer verzorgt meneer het nest. Hij houdt de boel schoon, hij zorgt voor zuurstof… Ondertussen trekt hij zijn kleurige pak weer uit en zijn dagelijkse (paarsbruine) kloffie aan. Zodra zijn kroost ter zee is, zwemt hij terug naar het diepe water. Schubben heeft hij niet. Op zijn leerachtige vel zit een dikke slijmlaag. Ook zijn maag zit soms vol slijm en glibber. Dit komt door de kwalletjes die hij eet. Vandaar misschien die snotnaam.
Hij had als tortelduif klapwiekend het najaar moeten begroeten. Het ei (3 cm) waarin hij zat, zeilde met de storm naar beneden. Het barstte open op de natte grond. Slachtoffer van de herfststorm van dit jaar. Het beestje was klaar voor de start. Het had zijn eerste prestatie moeten leveren: met de eitand op de punt van zijn snavel zijn gevangenisje open tikken. Maar de storm was hem voor. Die eitand kun je een beetje op de foto zien. Je ziet ook de laatste restjes van de gele eidooier. Daarmee vulde hij in het ei zijn buikje. Hij groeide en groeide… tot die storm opstak. Verslagen ligt hij op de grond. Zo eindigde hij zijn leven als een triest fotomodel én… als fascinerend studieobject.
Egels hebben geen stekels op hun buik. Dat zagen de mensen vroeger ook. Maar ze hadden egels nooit zien paren. Die doen het dus met hun buiken op elkaar, dachten ze. Want als egels het op z’n hondjes doen, prikt het vrouwtje met haar stekels in zijn buik. Inmiddels weten we dat egels wél op z’n hondjes paren. Doordat meneer met zijn voorpootjes op haar rug steunt en hij bovendien een lange piemel heeft, blijven de stekels op afstand. En alsof ze het aanvoelt, legt zij haar stekels plat. Bioloog Midas Dekkers vertelde afgelopen zondag in Vroege Vogels (waar ik altijd naar luister) een soortgelijk verhaal. Maar dan over olifanten. Ver op de buik van het olifantenvrouwtje (ongeveer op de plaats waar onze navel zit)… daar moet meneer Olifant zijn. Als die beesten het op z’n hondjes doen, dan kan het mannetje er toch nooit bij? dacht iedereen. De Franse schilder Houël maakte rond 1800 een schilderij van twee olifanten buik aan buik onder het bladerdak van een boom. Hoe ze het deden, had hij van anderen gehoord. Maar ook olifanten doen het als hondjes en egeltjes. Net als een egel heeft een olifant een lange piemel, maar dan van anderhalve meter. Met zo’n tuinslang kom je een eind in de goeie richting.
In Wild verliefd staat dat sommige ijsberen half mannetje half vrouwtje zijn. Dat komt waarschijnlijk door milieuvervuiling. Het lijf van die ijsberen is van slag geraakt. Zoiets is nu ook ontdekt bij witte ibissen. Giftig kwik is de boosdoener. Is hun eten vervuild met kwik (en dat komt veel voor), dan leggen vrouwtjes minder eieren. En mannetjes? Die worden homo. Mannetjes bouwen samen een nest en paren er vrolijk op los. Natuurlijk zonder nageslacht als resultaat. Het kwik verandert hun hormonen. ‘Wie dit hoort, zal gelijk denken dat ook mensen die kwik binnenkrijgen homo worden. Maar dat heb ik niet onderzocht’, zei de onderzoeker. Hij gaat kwiek door met zijn onderzoek… en houdt het voorlopig bij witte ibissen.
Mijn boek Lekker vies is bijna klaar. Een berg nieuwe viezigheid is over de oude heen gestort. Met veel grappige tekeningen van Georgien Overwater. Op een van de eerste bladzijden van het boek staat Napoleon. Maar… waar is Napoleon mee bezig? Mijn eerste indruk: die slippen van zijn jas lijken benen en voeten. En dan die vrouwenlaarsjes met een blote buik erboven en een navel. Ja, ik zie ook wel dat Napoleon op de wc zit, maar toch… Niemand van de uitgeverij en ook Georgien niet, hadden dezelfde associatie als ik. Hoe komt dat? ‘Omdat jij nog steeds met Wild verliefd in je kop zit’, zei een vriendin. ‘Je hebt een seksbril op. Daardoor zie je alles vertekend.’ Zou dat zo zijn? Daar ga ik eens over denken.
Hoe een octopus zich voortplant staat in Wild verliefd. Met zijn acht armen omhelst hij zijn geliefde. Een van die acht armen is… zijn seks-arm. Eigenlijk is die arm een verlengstuk van een klein piemeltje. Zonder dat verlengstuk komt de octopus niet ver. Hij wriemelt zijn seks-arm bij het vrouwtje naar binnen en laat dan wat zaad achter. Diep in de diepzee doen sommige inktvissen het een graadje wilder. Die inktvissen staan nog niet in Wild verliefd. Bioloog Henk-Jan Hoving ontdekte dat de mannetjes van de taningia danae (een lichtgevende reuzeninktvis) hun vrouwtjes een paar fikse sneeën toedienen. Zij krijgen sneeën in hun nek van wel vijf centimeter diep. Daarin deponeren die lichtgevende reuzeninktvissen hun zaadpakketjes. De diepzee is onmetelijk groot en pikdonker. Vind elkaar daar maar eens. Komt zo’n mannetje een vrouwtje tegen, dan zet hij dus meteen het mes op haar keel.